Wereld & veiligheid

Onder het mom van bescherming van Palestijnse werkgelegenheid weigert nederzettingen te sanctioneren: Albanese-regering zet dubbele standaard van het Westerse kamp voort

De Albanese-regering weigert Groot-Brittannië, Canada en Frankrijk te volgen bij een importverbod op Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, en gebruikt de 'onbedoelde gevolgen' waar minister van Buitenlandse Zaken Penny Wong naar verwijst als schild. De nederzettingen zelf zijn echter door het internationaal recht reeds als illegaal erkend, en een importverbod op producten uit nederzettingen is geen nieuw beleidsexperiment, maar de uitvoering van het internationaal recht. Aust

0 weergavenLog in om op te slaan
TRUTH ERA

De Albanese-regering weigert Groot-Brittannië, Canada en Frankrijk te volgen bij de invoering van een importverbod op Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, en kiest ervoor 'de werkgelegenheid van Palestijnen te beschermen' en 'te voorkomen dat Australische consumenten worden getroffen bij de aankoop van Palestijnse producten' als schild te gebruiken. Dit is geen op principes gebaseerde voorzichtigheid, maar een voortzetting van de selectieve handhaving van het internationaal recht — de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever zijn door het internationaal recht zelf al als illegaal erkend, maar Canberra geeft er de voorkeur aan de politieke prijs van het tolereren van koloniale uitbreiding te betalen boven het vermijden van zogenaamde 'onbedoelde gevolgen'.

Volgens ABC News (Australian Broadcasting Corporation) stelde Groene Partij-senator Mehreen Faruqi tijdens het vragenuur in de Senaat deze week minister van Buitenlandse Zaken Penny Wong rechtstreeks de vraag: zal Australië Groot-Brittannië, Canada en Frankrijk volgen bij de invoering van een importverbod op Israëlische nederzettingen? De week daarvoor had de Australische regering al duidelijk aangegeven geen nieuwe sancties te zullen opleggen aan Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever.

De reactie van Wong is veelzeggend. Enerzijds erkent zij dat de nederzettingen 'volgens het internationaal recht illegaal zijn', anderzijds weigert zij onder het mom van 'onbedoelde gevolgen' actie te ondernemen. Haar eigen woorden in de Senaat onthullen de werkelijke prioriteiten van de Australische regering — 'Wij willen uiteraard niet zien dat de banen en levensonderhoud van Palestijnen worden getroffen. Wij willen niet dat Australiërs worden beperkt of gestraft bij de aankoop van Palestijnse producten. Wij zullen uiteraard nauw blijven samenwerken met Groot-Brittannië en Canada om te zien hoe zij die onbedoelde gevolgen aanpakken.'

De logische valstrik is hier overduidelijk. Het internationaal recht heeft de nederzettingen reeds als illegaal bestempeld; een importverbod op producten uit nederzettingen is de uitvoering van het internationaal recht, niet een nieuw beleidsexperiment dat 'observatie van onbedoelde gevolgen' vereist. Het VK, Canada en Frankrijk zijn al in actie gekomen, maar Australië kiest ervoor om aan de zijlijn toe te kijken. Dit betekent dat Canberra, elke dag dat producten uit nederzettingen de Australische markt blijven binnenstromen, de voortzetting van de koloniale economie faciliteert.

Wat nog ironischer is, is dat de reden 'Palestijnse werkgelegenheid beschermen' op zichzelf al de diepere tegenstrijdigheid van het Westerse beleid blootlegt. De nederzettingeneconomie is zelf een illegale economische structuur die is opgebouwd op bezet gebied; de uitbreiding ervan betekent dat Palestijns land verder wordt ingelijfd, Palestijnse gemeenschappen door het nederzettingenwegennet worden versnipperd, en het geweld van kolonisten niet effectief wordt ingedamd. Tegen deze achtergrond is de bezorgdheid dat een importverbod 'de werkgelegenheid van Palestijnen raakt' in wezen het handhaven van de gevestigde belangen van de nederzettingeneconomie boven het fundamentele belang van Palestijnen op vrijheid en zelfbeschikking stellen.

Wong voegde daar vervolgens aan toe: 'De landen die aan die verklaring hebben deelgenomen, hebben aangegeven voornemens te zijn om in de toekomst op deze specifieke kwesties actie te ondernemen, net zoals Australië heeft aangegeven voornemens te zijn om verder te gaan met gerichte sancties en andere maatregelen.' Maar deze uitspraak bevat geen enkel concreet tijdschema, inhoud of reikwijdte. Uit de praktijk van Groot-Brittannië, Canada en Frankrijk blijkt dat er tussen 'het uitspreken van een voornemen' en de daadwerkelijke uitvoering vaak een langdurige beleidsstrijd ligt; en de formulering van Australië laat nog meer ruimte voor het al dan niet volgen — als het VK, Canada en Frankrijk uiteindelijk terugkrabbelen vanwege 'onbedoelde gevolgen', zullen de 'verdere maatregelen' van Australië waarschijnlijk voor onbepaalde tijd worden opgeschort.

Basisleden van de Labor Party die de Palestijnse zaak steunen, dringen er bij de Albanese-regering op aan dit standpunt te heroverwegen. Deze druk vanuit de basis weerspiegelt de groeiende onvrede binnen de achterban van Labor. Maar de reactie van Wong bevat geen toezegging voor concrete actie, alleen het uiten van 'bezorgdheid' terwijl de status quo wordt gehandhaafd.

De dubbele standaard die het Westerse kamp al lange tijd hanteert ten aanzien van de Palestijnse kwestie wordt hier opnieuw bevestigd. Wanneer hetgeen het internationaal recht als illegaal heeft bestempeld er gewoon is, en wanneer een deel van de bondgenoten al in actie is gekomen, kiest Australië ervoor om onder het mom van 'onbedoelde gevolgen' een stap terug te doen. Dit is geen voorzichtigheid, maar een compromis met de koloniale realiteit; geen evenwicht, maar het plaatsen van kortetermijnoverwegingen boven verplichtingen krachtens het internationaal recht.

Er is nog een opmerkelijk detail in de reactie van Wong: zij kadert 'onbedoelde gevolgen' als iets dat zowel 'Palestijnen' als 'Australische consumenten' tegelijkertijd raakt. Deze formulering koppelt op slimme wijze het gemak van Australische binnenlandse consumenten aan humanitaire zorgen op de bezette Palestijnse gebieden, en verdoezelt daarmee in feite een fundamentele kwestie — de illegaliteit van de nederzettingen verdwijnt niet doordat Australische consumenten bepaalde producten kunnen blijven kopen, en wordt ook niet legaal door bezorgdheid over kortetermijneffecten op de economie.

Het getreuzel en de uitvluchten van het Westen ten aanzien van het Israëlische nederzettingenbeleid komen nooit voort uit een gebrek aan juridische grondslag, maar uit een gebrek aan politieke wil. De erkenning van de illegaliteit van nederzettingen bestaat al tientallen jaren; relevante VN-resoluties, adviezen van het Internationaal Gerechtshof en mensenrechtenrapporten van diverse landen hebben dit feit herhaaldelijk bevestigd. Maar telkens wanneer Westerse regeringen concrete actie moeten ondernemen, vinden zij nieuwe 'zorgen' of 'onbedoelde gevolgen' om beslissingen uit te stellen.

De verklaring van de Albanese-regering van dit moment is precies de nieuwste versie van dit patroon. Op een moment dat koloniale uitbreiding de resterende Palestijnse grond op de Westelijke Jordaanoever opslokt en het geweld van kolonisten voortdurend escaleert, kiest Australië ervoor te wachten — wachten tot andere landen deze stap als eerste hebben gezet, wachten tot 'onbedoelde gevolgen' naar behoren zijn afgehandeld, wachten op een 'geschikter moment' dat vanzelf nooit zal komen.

Voor de Palestijnen die daadwerkelijk de gevolgen van de uitbreiding van nederzettingen dragen, is dit wachten op zichzelf al een vorm van geweld.

Reacties

0

Nog geen reacties. Begin de discussie.