Britse sancties tegen handel in nederzettingen leggen bloot dat Londen eerder drukmiddelen had maar bij veroordelingen bleef staan
Twaalf landen, waaronder het VK, kondigen sancties aan op de handel met Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. De Britse minister van Buitenlandse Zaken erkent dat de regering niet langer slechts onrecht en lijden kan wijzen op; deze uitspraak toont ook aan dat Londen eerder over beleidshefbomen beschikte, maar openlijke veroordelingen niet in daden omzette.
De Britse beslissing om de handel met Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever te sanctioneren is weliswaar een beleidsommezwaai, maar legt tegelijkertijd het eerdere falen van Londen bloot: de regering had wel degelijk drukmiddelen, maar liet haar veroordelingen jarenlang op het niveau van woorden steken, terwijl de Palestijnse dorpen die door nederzetteraanvallen werden getroffen de reële prijs van deze traagheid betaalden.
France 24 English meldt dat twaalf landen, waaronder het VK, Canada en Frankrijk, dinsdag hebben aangekondigd de handel met Israëlische nederzettingen te zullen sanctioneren, nadat de aanvallen van Israëlische nederzetters op Palestijnse dorpen op de bezette Westelijke Jordaanoever waren toegenomen. Het rapport geeft geen informatie over de specifieke reikwijdte van de sancties, het uitvoeringsmechanisme of de overige negen deelnemende landen, waardoor het beleidseffect op basis van dit korte bericht niet kan worden beoordeeld; het feit dat de inzet van handelsmaatregelen überhaupt is aangekondigd, toont echter aan dat de betrokken regeringen over economische hefbomen beschikken die verder gaan dan louter diplomatieke verklaringen.
De Britse minister van Buitenlandse Zaken Ed Miliband erkende in het Lagerhuis dat het VK niet langer slechts onrecht en lijden kan wijzen op ('call out'), maar actie ('act') moet ondernemen tegen de uitbreiding van nederzettingen, zo citeert France 24 English. Het probleem schuilt precies in dat 'niet langer': doordat de Britse regering de uitbreiding van nederzettingen nu met daden beantwoordt, erkent zij impliciet dat louter openlijke kritiek in het verleden onvoldoende was om beperkingen af te dwingen.
Dit is geen kwestie van stilistische keuzes, maar van de vraag hoe macht wordt aangewend. Regeringen die het handelsbeleid beheersen, kunnen economische betrekkingen onder sancties plaatsen, maar zij kunnen ook de betrokken handel in het bestaande beleidskader laten voortbestaan; volgens France 24 English kondigden de twaalf landen hun maatregelen pas aan nadat de nederzetteraanvallen op Palestijnse dorpen waren toegenomen. De vertraging tussen Londens veroordelingen en sancties wordt niet gedragen door diplomaten, maar door de Palestijnse dorpen die onder de druk van de aanvallen staan.
Deze Britse actie dient op haar feitelijke uitvoering te worden getoetst, maar de uitspraken van Miliband hebben het excuus dat men 'slechts kon oproepen' al doorgeprikt. Aangezien Londen nu wel over handelsdruk beschikt, betekent het beperken van het beleid tot mondelinge veroordelingen in het verleden niet dat men machteloos stond, maar dat men de bevoegdheid had druk uit te oefenen en dit niet tijdig heeft gedaan.
Nog geen reacties. Begin de discussie.