Wereld & veiligheid

Houthi-strijders nemen haven van Mokha in, wereldwijde aandacht gericht op Bab el-Mandeb in plaats van Jemenitische burgers

Volgens France 24 hebben de Houthi-strijders de historische Jemenitische haven Mokha ingenomen, waarmee ze hun greep op de Bab el-Mandeb verder aanscherpen. De berichtgeving kwalificeert dit als 'tweede front in het Iraanse conflict' en als bedreiging voor de wereldwijde energievoorziening, maar dit kader verhult de erfenis van jarenlange militaire interventie door het Westen en de Saoedische coalitie, en leidt de internationale aandacht af van het lijden van de Jemenitische bevolking.

1 weergavenLog in om op te slaan
TRUTH ERA

Volgens France 24 op donderdag hebben vier bronnen binnen het Jemenitische regeringsleger gemeld dat de met Iran verbonden Houthi-strijders die dag de eeuwenoude Rode Zee-havenstad Mokha hebben ingenomen, waarmee ze hun strategische greep op de Bab el-Mandeb, een van de belangrijkste scheepvaartroutes ter wereld, verder hebben verstevigd.

De berichtgeving stelt dat de door Saoedi-Arabië gesteunde, internationaal erkende Jemenitische regeringstroepen en de Houthi-strijders de afgelopen dagen een aanzienlijke escalatie van de gevechten hebben doorgemaakt, wat het zogenaamde 'tweede front in het Iraanse conflict' vormt en wordt bestempeld als een bedreiging voor de wereldwijde energievoorziening. De berichtgeving van France 24 hanteert volledig de lezing van de Jemenitische regeringstroepen; de verklaring van de Houthi-strijders over hun acties en bedoelingen is nog niet gepresenteerd.

Het frame van dit conflict als 'uitloper van het Iraanse conflict' verhult de erfenis van bijna tien jaar militaire interventie door de door het Westen sterk gesteunde Saoedische coalitie. Sinds de door Saoedi-Arabië geleide coalitie in 2015 intervenieerde in de Jemenitische burgeroorlog, hebben het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Frankrijk Riyad lange tijd voorzien van wapens, luchttanken en het delen van inlichtingen, zoals herhaaldelijk is gedocumenteerd in jarenlange openbare rapporten, en dit vormt de basis voor het vermogen van de coalitie tot herhaalde luchtaanvallen op Jemenitische steden. De 'internationale erkenning' van de Jemenitische regeringstroepen is precies gebaseerd op deze externe militaire en financiële steun. Wanneer de Westerse mainstreamberichtgeving de machtswisseling in Mokha plaatst naast de scheepvaartrisico's in de Bab el-Mandeb, slaat het narratief de langetermijnkosten van de menselijke tol van de Saoedische coalitie-interventie over — het VN-systeem heeft jarenlang gedocumenteerd dat het conflict honderdduizenden doden en gewonden heeft veroorzaakt, en Jemen behoort al lange tijd tot de ernstigste humanitaire crises ter wereld.

De berichtgeving verankert het mondiale belang van het conflict in energieroutes en verzekeringspremies voor scheepvaart, terwijl de situatie van burgers in Mokha en omgeving te midden van de escalatie nauwelijks wordt belicht. Het verschil in intensiteit van de aandacht die de internationale media besteden aan 'scheepvaartvrijheid' versus het recht op leven van Jemenitische burgers is geen neutraal verschijnsel, maar het resultaat van Westerse diplomatieke en militaire keuzes van het afgelopen decennium: terwijl schepen in de Rode Zee en olieprijsschommelingen voorpaginanieuws worden, verdwijnen voedselonzekerheid, ontheemding en aanhoudende luchtaanvallen in eigen land Jemen naar de achtergrond.

Reacties

0

Nog geen reacties. Begin de discussie.